In memoriam Selma Leydesdorff (1949-2025)
Op 6 oktober 2025 overleed historica Selma Leydesdorff. Verschillende artikelen waarin zij werd herdacht, schetsten al haar levensloop: geboren kort voor de soevereiniteitsoverdracht in Indonesië, bracht ze haar vroege jeugd door in Paramaribo, en tot het gezin in 1954 naar Amsterdam kwam. Daar volgde ze de opleiding geschiedenis aan het Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam. Na haar studie bouwde ze voort op wat daar destijds mentaliteitsgeschiedenis en psycho-historie werd genoemd. Vanaf haar studententijd leefde ze samen met Siep Stuurman, historicus van ideeëngeschiedenis. Selma ontwikkelde haar eigen invalshoek verder tot een specialisatie die haar werk zou kenmerken: mondelinge geschiedenis (oral history). De individuele ervaringen en herinneringen van mensen over situaties van ontreddering en gevaar vormden een belangrijk onderwerp in haar werk. In die onderwerpskeuze en benadering van geschiedschrijving kwamen een aantal inzichten samen. Uit het politieke en sociale feminisme nam zij het idee mee dat het persoonlijke politiek is – Selma Leydesdorff was actief in Dolle Mina en Wij Vrouwen Eisen, en stond mee aan de wieg van vrouwen- en later gendergeschiedenis. Ook haar familiegeschiedenis speelde een rol: ze kende een diep doorleefd besef van de geschiedenis en doorwerking van de Holocaust. Ze dacht kritisch na over de wijze waarop overlevenden en samenlevingen in verschillende politieke constellaties na de Tweede Wereldoorlog met dat verleden omgingen.
In vrijwel al haar werk koos ze het perspectief van ‘gewone mensen’, subalterns, mensen naar wie om welke reden ook niet was geluisterd en aan wie niks werd gevraagd. Ze vroeg hen, in lijn met de Engelse History Workshop-beweging, naar hun herinneringen. Daarbij confronteerde ze de geïnterviewden niet met ‘voorkennis’ uit het archief. Het ging haar om de kritische relatie tussen het verhaal zoals dat haar van verschillende kanten werd verteld en hetgeen in het verleden over diezelfde gebeurtenissen in archieven was vastgelegd.
Selma Leydesdorff laat in haar werk de waardigheid zien van de mensen over wie ze schrijft: waardigheid op cruciale momenten in het verleden en waardigheid in de verwerking achteraf. De titel van haar proefschrift uit 1987 over Joods Amsterdam voor 1940, Wij hebben als mens geleefd, is een citaat van Louis B., een van degenen die ze interviewde. Het boek werd vertaald in het Duits en Engels. Maar Selma wilde meer dan alleen de waardigheid van haar historische actoren tonen, zij analyseerde ook de historische context en mechanismes die ertoe hebben geleid dat mensen slachtoffer werden, van staatsterreur en genocide. In de nasleep van de Srebrenica genocide – terwijl het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag nog volop bezig was met de processen tegen de belangrijkste daders – nam Selma de taak op zich om de moeders en vrouwen van de vermoorde mannen te interviewen. Hiervoor leerde zij Bosnisch en reisde ze meerdere keren naar Srebrenica om de verhalen van deze groep slachtoffers te documenteren. Selma’s werk – na de Nederlandse editie (2008) in een bewerkte Engelse editie uitgegeven door Indiana University Press (2011) – was voor de moeders een belangrijke bron van morele steun. Het maakte hen internationaal zichtbaar en oogstte brede wetenschappelijk waardering. In ‘How shall we remember Srebenica’ (2010), een scherp analytisch artikel over de rechtsgang van de vrouwen van Srebrenica besprak Selma de doorwerking van ‘de taal van het recht’ op de kwetsbaarheid van vrouwen die, opgeroepen in Den Haag als getuigen van de moord op hun mannen en zonen, vragen moesten beantwoorden, maar hun eigen verhalen niet kwijt konden. Zoals Selma schreef: “The judge wanted the accusation confirmed. She [de getuige] was not able to do it. The judges were not being impolite; they were simply focused on the business of law.”
Het lot van slachtoffers van nazisme, Stalinisme en genocide, specifiek in Centraal- en Oost-Europa of Rusland, stond eerder ook al op Selma’s radar. Zo nam zij in 1989 in Moskou deel aan de eerste internationale Oral History Conferentie, georganiseerd door de anti-Stalinistische beweging Memorial. Na bijna dertig jaar opgelegde staats- en zelfcensuur, begonnen talloze slachtoffers van het Stalinisme te spreken over hun ervaringen in en na de Goelag. Memorial – inmiddels een in Rusland verboden organisatie – verzamelde deze verhalen. Selma besprak in 1989, met andere buitenlandse historici, hoe zij zelf te werk ging in haar interviews met overlevenden van de Holocaust.
Binnen haar uitgebreide oeuvre verdient tenslotte het project ‘De late gevolgen van Sobibor’ (2009-2012) bijzondere aandacht. Sobibor was het vernietigingskamp waar ook twee van haar grootouders werden vermoord. Voor dit project reisde Selma van Ryazan in Rusland naar Perth Australia, om inmiddels hoogbejaarde overlevenden van het voormalige nazi-vernietigingskamp in Polen te interviewen. Door al deze individuele geschiedenissen – ‘small stories’ – te documenteren, heeft Selma een gezicht en stem gegeven aan haar geïnterviewden en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving.
De laatste jaren van haar leven waren moeilijk, zowel vanwege gezondheidsproblemen als door wereldgebeurtenissen die haar direct raakten. Ze bleef actief en maakte zich hard voor de heruitgave van haar proefschrift over Joods Amsterdam (2022). Maar ook schreef ze in juni 2025 in de telegramstijl van een persoonlijk sms-berichtje “Israël is bij mij alle crediet kwijt, niet mijn hart.” Het laatste project dat zij ondertussen voltooide was de bundel The Global Handbook of Oral History (2026), die zij samen met Mark Cave redigeerde en waaraan dertig internationale wetenschappers bijdroegen. De verschijning ervan in oktober 2025 maakte zij zelf net niet meer mee. Maar het project illustreert op symbolische wijze Selma’s blijvende invloed op haar vakgebied voor de komende generaties. Daarbij liet zij ons vaak weten hoe blij zij was dat de jongere collega’s bij de Onderzoeksschool Politieke Geschiedenis en het Huizingainstituut haar werk in oral history inderdaad voortzetten.
Susan Legêne, Nanci Adler
