Recensies

Noodzakelijke Holocaustliteratuur: een Franse verzetsvrouw in Auschwitz

In de afgelopen 75 jaar zijn talloze memoires gepubliceerd over Auschwitz, het bekendste van alle vernietigingskampen en synoniem aan het ultieme kwaad in de mens. Onder de vroegste vrouwelijke auteurs van memoires bevinden zich onder anderen Olga Lengyel en Ana Novac, wier getuigenissen – Novac wist in gevangenschap zelfs een dagboek bij te houden – uit respectievelijk 1946 en 1966 in het Nederlands zijn verschenen als Leven met de dood (2004) en De mooie dagen van mijn jeugd (2010). Nu zijn ook de memoires van de hier lang onbekend gebleven Charlotte Delbo vertaald. Eindelijk, want Niemand van ons zal terugkeren is zonder twijfel indrukwekkende en noodzakelijke Holocaustliteratuur.

Met Liefde in de Lage Landen. Een portret van Nederland in 15 huwelijken benadert historica en schrijfster Mirjam Janssen de Nederlandse geschiedenis vanuit een fris perspectief. We kunnen de historie van het land vatten in politieke gebeurtenissen en sociale ontwikkelingen, maar óók inzoomen op huwelijk en gezinsleven. Deze vormen, aldus Janssen, evengoed een toetssteen voor vele maatschappelijke veranderingen.

In 2019 was het precies honderd jaar geleden dat de wet op het algemeen actief vrouwenstemrecht in Nederland werd aangenomen. Reden voor een terugblik, aldus het Liberaal Vrouwen Netwerk. Op verzoek van deze organisatie, onderdeel van de VVD, schreven historici Fleur de Beaufort en Patrick van Schie (TeldersStichting) daarom het boek De liberale strijd voor vrouwenkiesrecht.

Zoektocht zonder antwoord

Fresia’s voor mevrouw Brak is het vervolg op De hemel bestaat niet uit 2011. In dat boek gaf Jannetje Koelewijn op basis van haar vaders verhalen een indringend beeld van het leven van haar ouders; hoe zij in naoorlogs Amsterdam trouwden, met de groeiende kinderschaar – drie meisjes en drie jongens – regelmatig verhuisden en hoe vader steeg op de maatschappelijke ladder. Het leven van moeder stond na haar huwelijk en het daardoor indertijd onvermijdelijke ontslag in het teken van de zorg voor kinderen en huishouden. Dat maakte haar – ondanks de stijgende welvaart – niet gelukkig. Ze distantieerde zich rond haar veertigste van het geloof van haar gereformeerde echtgenoot. Later volgde ze een opleiding sociaal werk en ging ze op zichzelf wonen onder haar eigen naam: Renske Brak.

Tussen dagboek en autobiografie: karakterschets en levensgeschiedenis

Wat begint als een terugblik op de kindertijd van de jonge Belle van Ittersum (1783-1809) die graag een waarheidsgetrouw beeld van haar karakter wil geven, inclusief de zwakke punten, wordt in het Franstalige dagboek dat erop volgt een weergave van een vaak niet al te vrolijk leven. Haar moeder sterft als Belle twee jaar oud is. Vervolgens wordt ze opgenomen door haar oma van moederszijde en een kinderloze tante. Haar vader, die een militaire functie heeft, ziet ze in die tijd nauwelijks. Opgegroeid tussen volwassenen geniet ze van bezoeken aan neefjes en nichtjes. Sociale conventies dwingen haar afstand te bewaren tot mensen die niet tot de adel behoren, zoals het huispersoneel. Aanvankelijk leven ze in luxe in het door haar oma gehuurde Burmaniahuis in Leeuwarden. Haar tante geeft haar les aan huis vanuit de gedachte dat de leergierige Belle geen blauwkous of savante moet worden.